Geschiedenis van de Ukkelse Baardkriel

De Ukkelse baardkriel is een vrij jong ras dat ontstaan is begin deze eeuw. Ondanks dat dit als Belgisch ras doorgaat moet men zich hier toch enkele bedenkingen bijmaken.

Sinds eeuwen bestaan er in Europa en Azië voetbevederde dwerghoenders. Wat opvalt is dat het kenmerk “been- en voetbevedering” in de meeste gevallen gepaard ging met een meerkleurig verenkleed, waarin het bruin, zwart en het wit harmonieus verenigd waren. Het bewijs werd eveneens geleverd dat sommige van deze hoenders lichte beenbevedering hadden.

Reeds in 1600 maakt Aldrovandi in zijn “Ornithologica” melding van een vijftenig dwerghoen met beenbevedering. In zijn beschrijving vermeldt hij dat bij de haan de rug en hals bruin zijn, de vleugels zwart met witte vlekken, de borst zwart met weinig wit, de staart zwart met wit, de loopbenen geel en de kam klein.

"De voorouder van het vedervoetig hoen"
uit het boek "Ornithologica" van Aldrovandi

Vanaf dit ogenblik vinden we getuigenissen bij de vleet, die het bewijs leveren dat de voorouders van onze Ukkelse Baardkriel reeds eeuwen bestaan.

  • De schilder Albert Cuyp heeft een schilderij achtergelaten waarop duidelijk een voetbevederd dwerghoen staat afgebeeld (1620-1691).
  • De hongaarse artiest Bogolanis laat een doek na waarop de haan sterk gelijkt op een soort duizendkleurige Sabelpoot (18e eeuw).
  • De Engelsman Albin heeft voetbevederde hoenders geschilderd die veel gelijkenissen vertoonden met deze die we nu kennen (1737).
  • In het boek “The Book of Poultry” beschrijft Tegetmeier witte voetbeverde hoenders waarvan de voetveders een lengte van 24cm hebben (1866).
  • De directeur van de zoo van Den Haag R.T. Maitland geeft een beschrijving van voetbevederde dwerghoenders, die hij “Bengaalse dwergen” en “Duizendkleurig noemt” (1882).
  • Er worden witte voetbevederde hoenders tentoongesteld in het Cristal Palace te Londen (1883).
  • Op de eerste Duitse nationale tentoonstelling stelde Hugo du Roi een van de pioniers was in de pluimveeteelt, vijf koppels duizendkleurige hoenders tentoon (1893).
  • In zijn boek beschrijft de Engelsma, F. Entwistle “Bantams”. Een wit voetbevederd ras dat in Engeland gefokt en tentoongesteld werd (1894).
  • Dergelijke getuigenissen kan men in vele tientallen terugvinden. De meest belangrijke zijn hier opgesomd.

    Vanaf het einde van vorige eeuw en het begin van de 20e eeuw werd gestart me de selectie van deze dwerghoenders. In elk land werden ze gevormd naar eigen inzicht en zo komt het dat we omstreeks 1910 te maken hadden met vijf verschillende rassen, die onderling slechts van elkaar afweken door kleine bijzonderheden.

    De Nederlandse fokkers zijn er op het eind van vorige eeuw in geslaagd om een ras te creëren dat even oorspronkelijk als sierlijk was “De Sabelpoot”. Eerst ongebaard maar vanaf 1910 voeren bepaalde liefhebbers baardhoenders in uit België. Vanaf dan bestaan er gebaarde en ongebaarde exemplaren. De Sabelpoot is meer opgericht en groter dan de Ukkelse Baardkriel.

    In Duitsland kwam met tot een kriel die veel gelijkenis vertoonde met de Nederlandse Sabelpoot maar de rug was iets langer en de staat was minder gespreid. Van dit ras “Deutsches Federfüziges Zwerghuhn” bestaat zowel een gebaarde als ongebaarde variëteit. De laatste is de meest populaire.

    De Engelsen noemden hun kriel op tentoonstelling “Booted Bantam”. Dit ras vertoonde een sterke gelijkenis met de Sabelpoot.

    Zo stelde ook Michel Van Gelder, een rijke Brusselse mecenas , zich een heel ander ideaal. Hij begon ook met zijn selectie van de bestaande vedervoetige hoenders naar een meer gedrongen type, minder hoog gesteld, kort van rug en weelderig gebaard. Hij stelde ze tentoon in 1905 en gaf ze de naam “Ukkelse Baardkriel”.

    De Amerikanen hadden ook belangstelling in deze kriel en voerden dieren van Belgische en Engelse oorsprong in. Het resultaat van deze kruising loopt uit op een type intermediair tussen Ukkelse en Sabelpoot. Ze gaven het de naam “Duizendkleurige Booted Bantam”.

    Rechts duizendkleurige haan en links een blauwe hen
    uit het boek van Willems en Brandt

    Zoals eerder vermeld was het Michel van Gelder die in België het selectiewerk voor de Ukkelse Baardkriel startte. Hij werd gesteund door Robert Pauwels en L. Van der Snickt als raadgever. Hij vertrok niet van de gedachte om een nieuw ras te gaan scheppen, maar wilde een vedervoetige variëteit van de Antwerpse Baardkriel tot stand brengen.

    Hij trok er op uit om vedervoetige krielen op te speuren en voerde de eerste krielhoenders in uit La Chapelle-en-Serval en uit Rome. Iets later lachtte het geluk hem toe en kon hij een twaalftal verdervoetige min of meer gebaarde krielen bemachtigen. Dit was toen de rijke verzameling geveild werd van de familie Verstraete. Deze dieren werden verdeeld tussen Van Gelder en Pauwels.

    Door als vertrekpunt de Antwerse Baardkriel te nemen. Deze te kruisen met de pas aangeworven verdervoetige krielen, jarenlange lijnenteelt en selectie is het Michel Van Gelder erin gelukt om op een enkelkammige kriel te bekomen. Deze hadden de baard, de manen, zeer korte rug, zeer speciale staartdracht en korte loopbenen van onze Antwerpse Baardkriel overgeerfd. Toen was de Ukkelse Baardkriel geboren.

    In 1905 reise Michel van Gelder samen met L. Van der Snicht naar Londen om er de befaamde tentoonstelling van het Cristal Palace te bezoeken. Hij maakte ook van deze reis gebruik om van Entwisle witte vedervoetige krielen te kopen. Sommige waren gebaard en sproten voort uit een Belgische stam, ingevoerd in Engeland, terwijl de ongebaarde voortkwamen uit Nederlandse importen.

    Met deze dieren herhaalde hij de kruising met de Antwerpse Baardkriel en in een minimum van tijd werd de Ukkelse Baardkriel verschillende kleurslagen rijker. Voor de geschiedenis is het absoluut noodzakelijk om hieraan toe te voegen dat Michel van Gelder zich niet tevreden stelde met enkele paringen, maar dat hij jaarlijks een gemiddelde van 1000 kuikens opfokte. De fokkerij op zulke schaal liet hem natuurlijk toe een strenge keus van zijn fokdieren te maken.

    In 1909 had de Ukkelse Baardkriel die nog steeds een vedervoetige varieteit was van de Antwerpse Baardkriel een grote weg afgelegd. Niet alleen had het ras een bepaalde graad van volmaaktheid bereikt, maar eveneens was het werkelijk gefixeerd.

    De eerste kleurslagen die de fokkerij van Michel van gelder verlieten waren de duizendkleurige en de porseleinkleurige. Maar reeds in 1906 werden in de tentoonstellingen van de C.A.B.N. witte, zwarte en koekoekkleurige ingezonden.

    Toen in 1909 de Ukkelse Baardkriel voor de eerste keer voor internationaal publiek te zien was op de wereldtentoonstelling in Brussel vallen de Nederlander mat in de pen C.S. Th. Van Gink (toekomstig groot specialist en Nederlandsche schilder) de Belgen aan. Ze beweerden dat de Belgen zich meester gemaakt hadden van de Nederlandse Sabelpoot, die ze bekleed hadden met een baard om zich het recht toe te eigenen het als een Belgisch ras te erkennen.

    Koppel duizendkleurige Ukkelse
    uit het boekje "Het houden en fokken van dwerghoenders"
    van H.L.A. Van Der Horst het dateert van 1952

    Het duidelijk en bliksemsnel antwoord van L. Van der Snickt liet niet op zich wachten. Hij verdedigde de Ukkelse Baardkriel en verijdelde alle verdenking van plagiaat, die rust op zijn makers. Dit antwoord stelt ons op dit moment in staat om comentaar te leveren over de creatie van de Ukkelse Baardkriel. Als summun in deze zaak mag wel vermeld worden dat het juist de Nederlanders zijn die vanaf 1910 onze Ukkelse Baardkriel ingevoerd hebben om een gebaarde variëteit van de Sabelpoot tot stand te brengen.

    Omdat er in het buitenland gelijkaardige rassen bestaan is het de Ukkelse Baardkriel nooit gelukt om zich zo op te dringen in het buitenland zoals de Antwerpse Baardkriel. In Endeland nochtans wordt het zeer op prijs gesteld, het werd daar ingevoerd vanaf 1913 en men kwam er zelfs toe om de locale “Booted Bantam” te onttronen. Na het einde van de eerste wereldoorlog werd daar een speciaalclub gesticht met aan het hoofd Keneth Ward, Richard Terrot, R. Fletcher, Hearnshaw, A.M. Wood en anderen. Deze club bestaat op heden nog en onze Ukkelse Baardkriel kan er zich nog goed verdedigen. Ook in Frankrijk wordt onze Ukkelse Baardkriel zeer hoog geschat en gefokt.

    Zoals voor al onze nationale rassen hebben ook onze Ukkelse Baardkrielen tijdens de wereldoorlogen veel geleden. In 1945 echter ontmoetten wij nog onze “Ukkelse” in aantal en goede kwaliteit mede dankzij de C.A.B.N waarvan het voorzitterschap door de heer P. Gillau werd waargenomen.

    Doch doken ontaardingsverschijnselen op. Het type liet meer en meer de wensen over . Het echte type variëteiten zoals “Duizendkleur” en “Porselein” waren niet meer te herkennen. Na het oprichten van de nationale comissie voor hoenderachtigen in 1969 en de “Belgische Club van de Ukkelse Baardkriel” gesticht door Barones Y. De Rosée werd de selectie nauwlettend waargenomen en bracht resultaten op.

    De kleurslagen die nog doorgaans worden aangetroffen zijn de duizendkleurige, de porseleinkleurige, en porseleinkleurige, zwart, wit, zwartwitgepareld, de andere kleuren zijn vrij zeldzaam en soms in handen van enkele fokkers.

    uit een boek van Willems en Brandt